ECLI:NL:RBAMS:2010:BP1570
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij aanvraag bijstand ondanks vermoeden vermogen in Marokko
Verzoekster heeft een nieuwe aanvraag ingediend voor bijstand nadat haar eerdere uitkering was ingetrokken vanwege een vermoeden van vermogen in onroerend goed in Marokko. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en de bijstand opgeschort en teruggevorderd. Verzoekster stelde dat zij niet beschikte over het vermeende vermogen en dat zij inspanningen had verricht om de volledige notariële akte te verkrijgen, maar zonder succes.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd omdat verweerder niet had onderbouwd dat verzoekster redelijkerwijs over het vermogen kon beschikken. Verzoekster verkeert mogelijk in bewijsnood, terwijl verweerder wel onderzoeksmogelijkheden heeft, onder meer via het Internationaal Bureau Fraudebestrijding.
Gezien de acute financiële nood van verzoekster en de ontoereikende motivering van verweerder, werd een voorlopige voorziening getroffen. Verweerder moet verzoekster vanaf 1 januari 2011 bijstand verlenen in de vorm van een geldlening totdat het onderzoek is afgerond. Daarnaast is de terugvordering van ten onrechte betaalde bijstand geschorst. De verzoeken die samenhangen met opschorting en intrekking van de uitkering zijn afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verweerder bijstand verleent in de vorm van een geldlening totdat nader onderzoek is afgerond.