ECLI:NL:RBAMS:2010:BO9386
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige na ongeoorloofde overbrenging vanuit Australië
De zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige die door de moeder op 24 april 2008 zonder toestemming van de vader vanuit Australië naar Europa is overgebracht. De vader oefende mede het gezag uit over het kind. De moeder verbleef met het kind meer dan twee jaar zonder haar verblijfplaats bekend te maken, waardoor geen sprake is van worteling in Nederland.
De moeder voerde onder meer vermoedens van seksueel misbruik en privacyrisico's aan als weigeringsgronden voor terugkeer, maar deze zijn door de rechtbank niet aannemelijk bevonden. De rechtbank oordeelde dat de vader in staat is voor het kind te zorgen en dat de privacy bij terugkeer voldoende wordt gewaarborgd.
De rechtbank wees de verzoeken van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator en deskundigenonderzoek af, omdat de belangen van het kind adequaat worden behartigd door Bureau Jeugdzorg. De terugkeer werd gelast met een uiterste datum van 25 januari 2011, zodat het kind tijdig kan starten met het nieuwe schooljaar in Australië.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar Australië uiterlijk 25 januari 2011.