ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8430
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurder weigert gehuurde na renovatie vanwege eenzijdige wijzigingen; beroep op opschorting gegrond
De huurder [naam 1] huurde sinds 2001 een bedrijfsruimte bestaande uit een kapsalon en minimarkt van woningstichting Eigen Haard. Na een ontruiming op grond van een vonnis dat later in hoger beroep werd vernietigd, voerde Eigen Haard een renovatie uit waarbij het gehuurde ingrijpend werd gewijzigd zonder instemming van de huurder.
De belangrijkste wijzigingen betroffen het verplaatsen van de scheidingsmuur, het verdwijnen van de doorgang tussen de twee delen van het gehuurde en het verlies van een uitbouw in de tuin die essentieel was voor de minimarkt. De huurder betoogde dat hierdoor geen rendabele exploitatie meer mogelijk was en weigerde het gehuurde in de gewijzigde staat te accepteren.
De rechtbank oordeelde dat Eigen Haard onrechtmatig had gehandeld door de huurder tot ontruiming te dwingen en dat de eenzijdige wijzigingen een gebrek vormden dat het huurgenot aantastte. Het beroep van de huurder op opschorting van de huurbetalingen werd gegrond verklaard. De vordering van Eigen Haard tot ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen. De procedure wordt voortgezet over de vraag van beëindiging van de huurovereenkomst en de staat van oplevering van het gehuurde.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en het beroep op opschorting van huurbetaling door de huurder is gegrond.