ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8426
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijke opzegging wegens strijd met goed werkgeverschap en ernstige gevolgen voor werknemer
De werknemer was sinds 1986 in dienst van de rechtsvoorganger van UW/JWT en werkte laatstelijk als DTP/Projectmanager met een bruto maandsalaris van €3.000. Na een reorganisatie en bedrijfseconomische verliezen heeft UW/JWT de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 januari 2010. De werknemer vond op eigen initiatief per 15 december 2009 een andere baan binnen hetzelfde concern, maar UW/JWT betaalde geen salaris over de periode 15 december 2009 tot 1 januari 2010.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris, een vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging en proceskosten. UW/JWT stelde dat de werknemer zelf ontslag had genomen door elders te gaan werken en dat de opzegging bedrijfseconomisch gerechtvaardigd was. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst bleef bestaan tot 1 januari 2010 en dat de werknemer recht had op doorbetaling van salaris over die periode.
De kantonrechter vond de bedrijfseconomische redenen van UW/JWT voldoende onderbouwd en geen sprake van een valse of voorgewende reden voor ontslag. Wel was UW/JWT tekortgeschoten in haar verplichtingen als werkgever door geen enkele poging te doen de gevolgen van het ontslag te verzachten, geen financiële vergoeding aan te bieden en geen herplaatsingsinspanningen te verrichten.
Gezien het lange dienstverband en de ernst van de gevolgen voor de werknemer werd de opzegging als kennelijk onredelijk beoordeeld. De vergoeding werd vastgesteld op het verschil in salaris over twee jaar plus pensioenschade, totaal €7.893 bruto, en een bedrag van €833 voor buitengerechtelijke kosten. UW/JWT werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, een vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging en proceskosten.