ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8104
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte betrokken bij invoer verdovende middelen naar Frankrijk
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens verdenking van betrokkenheid bij invoer van verdovende middelen op 12 juli 2010.
De verdachte betwistte zijn betrokkenheid en stelde dat hij op de datum van het strafbare feit in Marokko verbleef en zijn auto had uitgeleend. De rechtbank oordeelde echter dat de bewijswaardering aan de Franse strafrechter toekomt en dat de betwisting onvoldoende was om overlevering te weigeren.
Verder werd het beroep op artikel 6, vijfde lid, en artikel 13 van Pro de Overleveringswet (OLW) verworpen, omdat geen aanwijzingen waren dat het strafbare feit gedeeltelijk in Nederland was gepleegd. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt, werd verworpen omdat de inmenging proportioneel en noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering aan de Franse autoriteiten toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe wegens betrokkenheid bij invoer van verdovende middelen.