ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7896

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13.706710-10 RK nummer: 10/5429
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 OverleveringswetArt. 12 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29 OverleveringswetArt. 310 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering wegens ontbreken gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 oktober 2010 een vordering tot overlevering van een Bulgaarse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Bulgaarse autoriteiten. Het EAB betrof een veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf wegens het niet naleven van voorwaarden van een voorwaardelijke straf voor diefstal van een mobiele telefoon.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de verdachte de Bulgaarse nationaliteit bezit en dat het feit waarop het EAB betrekking heeft, volgens de Bulgaarse wetgeving niet wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden. De rechtbank stelde vast dat het feit een lichte diefstal betreft waarvoor geen gevangenisstraf wordt opgelegd, maar een speciale straf zonder vrijheidsbeneming.

Op grond van artikel 7, eerste lid, onder a, sub 2 van de Overleveringswet is overlevering slechts mogelijk indien het feit in beide landen strafbaar is en met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden wordt bedreigd. Aangezien aan deze eis niet werd voldaan, wees de rechtbank de overlevering af. Het primaire verweer van de raadsvrouw dat overlevering moest worden geweigerd wegens het ontbreken van een garantie als bedoeld in artikel 12 OLW Pro werd niet nader besproken.

De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam weigert de overlevering omdat het feit niet wordt bedreigd met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.706710-10 RK nummer: 10/5429
Datum uitspraak: 26 oktober 2010
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 september 2010 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 30 september 2009 door de officier van justitie bij het parket van het arrondissement Novi Pazar, Bulgarije. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedatum] 1981,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “Het Schouw” te Amsterdam,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 oktober 2010. Daarbij zijn de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. C. van Oort, advocaat te Rotterdam, gehoord. De raadsvrouw neemt waar voor haar kantoorgenoot mr. J.P.R. Broers. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Bulgaarse taal.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB ligt een vonnis nr 56/27.02.2008 nr 570/2008 , ivm privézaak nr 570/2007 overeenkomstig het register van de rechtbank Regio Sjumen ten grondslag, in werking getreden op 6 maart 2008.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat van een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij beslissing van de District Court – the town of Shumen - van kracht sinds 6 maart 2008, nu de opgeëiste persoon zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die hem bij de opgelegde ‘probation’ waren opgelegd.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in een door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van onderdeel e) van het EAB.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Bulgaarse nationaliteit heeft.
4. Strafbaarheid
De overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd voor een diefstal van een Nokia telefoon, met lader en Simkaart van [naam 1] op 8 mei 2006 te Kotsejvo, regio Sjumen.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. De rechtbank zal dan ook moeten beoordelen of het feit zowel naar Bulgaars recht als naar Nederlands recht strafbaar is en op het feit in beide landen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld.
Uit het EAB blijkt niet dat op dit feit naar Bulgaars recht een vrijheidsstraf met een maximum van tenminste twaalf maanden is gesteld, nu onderdeel c) van het EAB slechts vermeldt dat voor dit feit, strafbaar gesteld bij art 197 punt Pro 2 jo art 194 derde Pro lid van het Bulgaarse Wetboek van Strafrecht in principe geen gevangenisstraf wordt uitgesproken.
Op nadere vragen heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brieven van 16 september 2010 en 1 oktober 2010 bevestigd dat op het feit waarvoor overlevering wordt gevraagd een speciale straf is gesteld, excluding imprisonment , nu dit misdrijf – a minor case of larceny - niet kan worden gezien als een serious crime volgens art 93 item Pro 7 van de Bulgaarse strafwet.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat uit de Bulgaarse stukken blijkt dat het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht in het geheel niet wordt bedreigd met een gevangenisstraf en derhalve ook niet met een gevangenisstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden, zodat de overlevering moet worden geweigerd nu niet voldaan is aan het vereiste als gesteld in artikel 7, eerste lid, onder a, sub 2 OLW.
Gelet op het bovenstaande behoeft het primaire verweer van de raadsvrouw dat de overlevering moet worden geweigerd vanwege het ontbreken van een garantie als bedoeld in artikel 12 OLW Pro geen nadere bespreking.
5. Slotsom
Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat niet aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden geweigerd.
6. Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
7. Beslissing
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de officier van justitie bij het parket van het arrondissement Novi Pazar, Bulgarije.
Aldus gedaan door
mr. C.W. Bianchi, voorzitter,
mrs. L. Biller en J.L. De Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B.Boukema, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 26 oktober 2010.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.