ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7523
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte oplichting aan Duitse autoriteiten
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 september 2010 een vordering tot overlevering van een verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Duitse autoriteiten. De verdachte werd verdacht van oplichting en ontkende betrokkenheid bij het strafbare feit.
De verdediging voerde een onschuldverweer en verzocht om aanvullende stukken uit het Nederlandse strafdossier, wat werd afgewezen omdat de overleveringsprocedure niet bedoeld is om schuld of onschuld te toetsen. De rechtbank oordeelde dat het Europees aanhoudingsbevel voldoende informatie bevatte over het strafbare feit en dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij onschuldig was.
De verdediging stelde dat er in Nederland al een strafrechtelijke vervolging liep, wat een weigeringsgrond zou vormen, maar de rechtbank verwierp dit omdat aanhouding en inverzekeringstelling nog geen vervolging betekenen. Tevens werd geoordeeld dat de overlevering niet geweigerd hoeft te worden ondanks dat een deel van het strafbare feit in Nederland zou zijn gepleegd, omdat de officier van justitie had verzocht af te zien van deze weigeringsgrond.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan aan de Duitse autoriteiten voor het strafrechtelijk onderzoek en wees het beroep op het onschuldverweer en het verzoek tot aanvulling van het dossier af. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe.