ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren en wettelijke termijnoverschrijding
De verdediging van verdachte verzocht meerdere keren om opheffing van de voorlopige hechtenis op grond van het ontbreken van ernstige bezwaren en subsidiar de toepassing van artikel 67a lid 3 Sv. Het openbaar ministerie verzette zich hiertegen en stelde dat de ernstige bezwaren nog steeds aanwezig zijn en dat de wettelijke termijn nog niet was bereikt.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige hechtenis in de zaak-NICHT niet langer gerechtvaardigd is vanwege onvoldoende ernstige bezwaren en heeft deze opgeheven. In de 140-zaak bleef de voorlopige hechtenis echter gerechtvaardigd op basis van het aanwezige bezwarende materiaal.
Na een afweging van de duur van de voorlopige hechtenis (ruim drie jaar en zeven maanden) en de maximale straf voor deelname aan een criminele organisatie (zes jaar), concludeerde de rechtbank dat de situatie van artikel 67a lid 3 Sv zich voordeed. Daarom werd ook de voorlopige hechtenis in de 140-zaak opgeheven.
Het verzoek tot schorsing op persoonlijke gronden werd niet toegewezen omdat het belang van voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder woog. De rechtbank gaf geen nadere toelichting om te voorkomen dat dit als een voorschot op de inhoud van het bewijs zou worden gezien.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven in beide zaken wegens onvoldoende ernstige bezwaren en overschrijding wettelijke termijn.