ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6905
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar en voorschotdatum in Wet investeren in jongeren
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Verweerder baseerde deze niet-ontvankelijkverklaring op artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat tegen het primaire besluit geen bezwaar en/of beroep mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat ten tijde van het primaire en het bestreden besluit artikel 37 van Pro de Wet investeren in jongeren (WIJ) nog niet was opgenomen in de bijlage bij de Awb, waardoor het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep van eiseres wordt daarom gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Daarnaast is in geschil de datum van de aanvraag van het werkleeraanbod. Verweerder stelde dat de datum van aanvraag uiteindelijk uit coulance op 2 maart 2010 is vastgesteld, de datum van uitreiking van het formulier aan eiseres. Eiseres stelde zich eerder, in januari 2010, te hebben gemeld, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank acht de verklaring onvoldoende om een eerdere aanvraagdatum aan te nemen.
De rechtbank benadrukt dat het verlenen van een voorschot een vooruitbetaling is op een definitieve beslissing over de uitkering, waarbij hoogte en ingangsdatum pas bij die definitieve beslissing aan de orde komen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, verklaart het bezwaar ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.