ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6684
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Huisverbod wegens ernstig vermoeden van huiselijk geweld en beoordeling verlenging
De man kreeg op 14 augustus 2010 een tijdelijk huisverbod opgelegd wegens een ernstig vermoeden van huiselijk geweld jegens zijn vrouw en minderjarig kind. Het huisverbod werd verlengd op 24 augustus 2010 voor 18 dagen. De man stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht om voorlopige voorziening om de woning te mogen betreden.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod gegrond was op consistente verklaringen van de vrouw over fysiek geweld en het escaleren van conflicten mede door softdrugsgebruik van de man. Het beroep tegen het eerste besluit werd ongegrond verklaard. Ten aanzien van het verlengingsbesluit stelde de rechtbank vast dat een deel van de feiten waarop dit was gebaseerd onjuist was, met name de verwachting dat de vrouw de woning per 1 september zou verlaten was onjuist.
Daarom werd het verlengingsbesluit vernietigd wegens strijd met het vereiste van een deugdelijke motivering volgens artikel 3:46 Awb Pro. De rechtsgevolgen van het eerste besluit bleven echter in stand omdat het ernstige gevaar voortduurde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1.311,-. De uitspraak werd mondeling gedaan op 30 augustus 2010.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd, het verlengingsbesluit vernietigd wegens onjuiste feiten en onvoldoende motivering, met in stand laten van de rechtsgevolgen van het eerste besluit.