ECLI:NL:RBAMS:2010:BO2756
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en verrekening van belastingaanslagen in geschil tussen belastingplichtige en ontvanger
In deze zaak procedeert eiser al jaren tegen de ontvanger over diverse belastingaanslagen uit de jaren negentig en vroege jaren 2000. Eiser stelt dat aanslagen verjaard zijn en dat de ontvanger onterecht bedragen in depot heeft afgeboekt op deze aanslagen zonder zijn toestemming. De ontvanger erkent dat een deel van de aanslagen verjaard is, maar voert aan dat voor sommige aanslagen uitstel van betaling is verleend, waardoor de verjaring is geschorst.
De rechtbank stelt vast dat de aanslagen uit 1992 tot en met 1997 inderdaad verjaard zijn, mede omdat eiser onvoldoende heeft betwist dat voor enkele aanslagen uitstel van betaling is verleend. De ontvanger mocht het depotbedrag van € 66.022,22 niet zonder toestemming van eiser afboeken op de verjaarde aanslagen. De rechtbank veroordeelt de ontvanger tot terugbetaling van dit bedrag.
Verder wordt het verzet van eiser tegen de dwangbevelen voor de verjaarde aanslagen gegrond verklaard en deze dwangbevelen worden buiten werking gesteld. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het verzet betrekking heeft op niet-verjaarde aanslagen. Een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige invorderingsmaatregelen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelt de ontvanger tevens in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart aanslagen verjaard, stelt dwangbevelen buiten werking en veroordeelt de ontvanger tot terugbetaling van € 66.022,22 aan eiser.