ECLI:NL:RBAMS:2010:BO1448
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overlevering naar Polen toegestaan ondanks detentieomstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van twee onherroepelijke vonnissen uit Polen. De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd wegens slechte detentieomstandigheden in Polen, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De verdediging onderbouwde dit met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, rapportages over detentieomstandigheden in Polen en een arrest van het Ierse Supreme Court. De officier van justitie stelde dat het verweer te algemeen was en geen concreet risico aantoonde.
De rechtbank formuleerde algemene uitgangspunten over het toetsingskader en het vertrouwensbeginsel tussen EU-lidstaten. Op basis van beschikbare informatie concludeerde de rechtbank dat hoewel de detentieomstandigheden in Polen slecht zijn, slechts circa 2,5% van de gedetineerden in omstandigheden verblijft die een schending van artikel 3 EVRM Pro kunnen opleveren.
De verdediging bracht geen specifieke omstandigheden aan voor de verdachte die een reëel risico zouden vormen. De rechtbank oordeelde daarom dat het risico onvoldoende concreet en reëel is om overlevering te weigeren en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte naar Polen toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.