ECLI:NL:RBAMS:2010:BN8433
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens afschaffing VUT-regeling zonder vergoeding
Een 58-jarige werknemer met 37 dienstjaren verzoekt ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met GVB vanwege de afschaffing van de VUT-regeling, die voor hem onevenredig nadelig uitpakt. Hij vordert een bruto vergoeding van €170.000. De werknemer stelt dat de nieuwe regeling waarbij hij pas met 61,5 jaar kan uittreden, minder gunstig is dan de oude regeling waarbij uittreden op 60-jarige leeftijd mogelijk was.
De kantonrechter overweegt dat de afschaffing van de oude VUT-regeling noodzakelijk was vanwege gewijzigde fiscale wetgeving (Wet VPL). GVB heeft een overgangsregeling ingesteld die rekening houdt met werknemers zoals verzoeker die een hoog aantal dienstjaren hebben. De kantonrechter oordeelt dat deze regeling niet onredelijk is en dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen door GVB.
De kantonrechter wijst het verzoek tot vergoeding af omdat de omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn en er geen alternatieven waren die uitvoerbaar en gunstiger voor verzoeker zouden zijn geweest. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2010 zonder vergoeding. Verzoeker krijgt de mogelijkheid het verzoek in te trekken, waarbij bij intrekking hij in de proceskosten aan de zijde van GVB wordt veroordeeld.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden zonder vergoeding wegens afschaffing VUT-regeling.