ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3016
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om afschrift dossier op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
Een advocaat heeft bij de Deken van de Orde van Advocaten verzocht om een afschrift van zijn dossier over de periode vanaf 1 maart 2010. De Deken wees dit verzoek af met het argument dat het dossier geen persoonsgegevens bevat die onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vallen, omdat het dossier niet bestemd is om in een bestand te worden opgenomen.
De advocaat stelde vervolgens een verzoek tot voorlopige voorziening in bij de rechtbank Amsterdam. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 17 mei 2010 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt en dat het verzoek valt onder artikel 35 van Pro de Wbp. De rechtbank bevestigde dat de Deken als bestuursorgaan kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter zag echter geen aanleiding om het standpunt van de Deken te verwerpen dat sinds 1 maart 2010 geen persoonsgegevens over verzoeker zijn verwerkt. Ook was er geen sprake van een spoedeisend belang, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Ten overvloede merkte de voorzieningenrechter op dat een verzoek om verstrekking van alle stukken waarin de naam van verzoeker voorkomt niet als een Wbp-verzoek kan worden aangemerkt. Desondanks heeft de Deken een inventarislijst van dergelijke stukken overgelegd en toegezegd ontbrekende stukken alsnog te verstrekken. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot afgifte van een afschrift van het dossier wordt afgewezen.