ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1442
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte witwassen ondanks psychische klachten
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een verdachte met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, die wordt verdacht van witwassen in Groot-Brittannië. De verdachte leed aan ernstige depressiviteit en suïcidale neigingen, wat door zijn raadsman werd aangevoerd als reden om de overlevering te weigeren op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW), vanwege een dreigende flagrante schending van artikel 3 EVRM Pro.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de psychische gesteldheid van de verdachte verband hield met de strafzaak en overleveringsprocedure. De raadsman betoogde dat niet alleen de feitelijke overlevering, maar ook de beslissing tot overlevering levensbedreigend kon zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de dreiging niet van buitenaf kwam, maar voortkwam uit de perceptie van de verdachte zelf, en dat dit geen onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank concludeerde dat de uitoefening van haar taak bij het nemen van de overleveringsbeslissing niet als een schending van artikel 3 EVRM Pro kan worden gezien. De medische voorzieningen in Groot-Brittannië werden als voldoende beoordeeld en er was geen grond om aanvullende garanties te vragen. De overlevering werd daarom toegestaan, waarbij tevens werd opgemerkt dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Groot-Brittannië toe ondanks diens depressiviteit en suïcidale neigingen.