ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1037
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij overbrenging veroordeelde uit Spanje wegens invoer verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot tenuitvoerlegging in Nederland van een Spaanse gevangenisstraf van tien jaar wegens invoer van ruim vijf kilo cocaïne. De veroordeelde werd in Spanje gedetineerd en vervolgens overgebracht naar Nederland, waar hij direct in vrijheid werd gesteld. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vijf jaar, mede vanwege een recente beleidswijziging die hogere straffen bij omzetting voorschrijft.
De rechtbank oordeelde dat de recente beleidswijziging niet op de veroordeelde van toepassing is, omdat hij met zijn overbrenging instemde en direct werd vrijgelaten, waardoor hij in dezelfde positie verkeerde als eerdere overgebrachte veroordeelden. De rechtbank vond dat de straf niet beduidend hoger mocht zijn dan bij eerdere vergelijkbare zaken.
Gezien de ernst van het feit en het feit dat de veroordeelde als standaarddader wordt beschouwd, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 43 maanden op. Hierbij werd rekening gehouden met de tijd die de veroordeelde in Spanje en tijdens overbrenging in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De tenuitvoerlegging werd toelaatbaar verklaard en het verlof verleend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van 43 maanden op met aftrek van de eerder doorgebrachte detentietijd.