ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0336
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voortijdige beëindiging erfpacht en opheffing conservatoir beslag
Rasto B.V. vorderde bij de rechtbank Amsterdam de voortijdige beëindiging van de erfpachtovereenkomst met [A], eigenaar van de grond waarop het pand staat. Rasto stelde dat de erfpacht eerder dan de overeengekomen einddatum van 1 september 2010 moest eindigen, onder meer vanwege toezeggingen van [A] en de weigering van toestemming voor renovatie. Tevens werd gevorderd dat [A] de waarde van de opstallen zou vergoeden conform artikel 18 van Pro de erfpachtvoorwaarden.
[A] betwistte deze vorderingen en stelde dat de erfpacht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en voorwaarden doorloopt tot 1 september 2010. Ook stelde [A] dat het conservatoir beslag dat Rasto op de grond had gelegd nietig was wegens niet tijdige betekening en het niet instellen van een hoofdzaak binnen de gestelde termijn.
De rechtbank oordeelde dat de erfpacht een beperkt recht is dat slechts in wettelijk geregelde gevallen kan eindigen. De door Rasto aangevoerde gronden voor eerdere beëindiging, waaronder afstand en ontbinding, waren onvoldoende onderbouwd. De erfpacht eindigt dan ook pas op de overeengekomen datum. De waarde van de opstallen is nog niet vastgesteld en de vergoeding is pas bij beëindiging verschuldigd. Het beslag was tijdig betekend en het instellen van de hoofdzaak vond plaats, maar omdat er nog geen opeisbare vordering bestaat, werd het beslag opgeheven. De vorderingen van Rasto werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voortijdige beëindiging van de erfpacht wordt afgewezen en het conservatoir beslag wordt opgeheven.