ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0322
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op extinctieve verjaring na beëindiging pachtovereenkomst grondgebruik melkveebedrijf
De Gemeente Amsterdam vordert ontruiming van percelen grond die zij aan gedaagde, een melkveehouder, om niet in gebruik heeft gegeven op basis van een mondelinge gebruiksovereenkomst. Deze overeenkomst is door de Gemeente per 1 juli 2009 opgezegd. Gedaagde heeft de grond echter na beëindiging van de pachtovereenkomst begin jaren zeventig zonder schriftelijke titel gebruikt en beroept zich op extinctieve verjaring.
De rechtbank stelt vast dat het enkele gebruik van de grond na het einde van de pachtovereenkomst niet automatisch duidt op een gebruiksovereenkomst. De Gemeente heeft het bestaan van een dergelijke overeenkomst niet voldoende bewezen en mag geen bewijs leveren. Hierdoor wordt aangenomen dat gedaagde de grond zonder recht of titel gebruikt.
De rechtbank overweegt dat verkrijgende verjaring niet mogelijk is omdat gedaagde niet te goeder trouw was, maar extinctieve verjaring wel mogelijk is na 20 jaar bezit. Voor het slagen van het verjaringsberoep moet echter sprake zijn van feitelijke inbezitneming waarbij gedaagde zich als eigenaar gedraagt en de macht van de Gemeente is geëindigd. Gedaagde heeft onvoldoende gesteld wanneer en hoe deze inbezitneming heeft plaatsgevonden.
Daarom wordt gedaagde in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het moment en de wijze van inbezitneming vóór 20 juni 1988. De Gemeente mag hierop reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt gedaagde in de gelegenheid zich uit te laten over feitelijke inbezitneming voor 20 juni 1988.