ECLI:NL:RBAMS:2010:BM9300
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens illegale arbeid Poolse werknemer zonder tewerkstellingsvergunning
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een Poolse werknemer zonder tewerkstellingsvergunning (twv). De werknemer had gedurende enkele dagen enkele uren per dag schilderswerkzaamheden verricht. De rechtbank oordeelt dat deze werkzaamheden reële en daadwerkelijke arbeid zijn in de zin van artikel 45 VWEU Pro, ondanks het geringe aantal uren en het ontbreken van een formeel contract.
De rechtbank stelt vast dat er sprake was van een gezagsverhouding en dat de werknemer een reële beloning ontving, waaronder eten, drinken en een fooi. Daarmee kwalificeert de werknemer als werknemer in de zin van het EG-Verdrag en diende hij over een twv te beschikken. Het niet beschikken over een twv maakt de boete terecht opgelegd.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak is overschreden met ruim anderhalf jaar, voornamelijk door vertraging bij de rechtbank. Daarom wordt de boete met 15% gematigd tot €3400. Een schadevergoeding wordt niet toegekend omdat de matiging als compensatie geldt. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst het betaalde griffierecht toe aan eiser.
Uitkomst: De boete wegens illegale arbeid wordt vernietigd en vastgesteld op €3400 met matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.