ECLI:NL:RBAMS:2010:BM9250
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen door advocaat
Verdachte, werkzaam als advocaat en penningmeester van een stichting die een derdengeldenrekening beheerde, werd verdacht van witwassen van criminele gelden via deze rekening. De tenlastegelegde feiten betroffen het voorhanden hebben en overdragen van grote geldbedragen waarvan verdachte zou hebben geweten of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet zelf de bedragen op de derdengeldenrekening voorhanden had, omdat de rekening op naam van de stichting stond. Daarom werd hij vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit. Wel werd vastgesteld dat verdachte onvoldoende waakzaamheid betrachtte bij het beheer van de rekening, waardoor hij feitelijk leiding gaf aan schuldwitwassen gepleegd door de stichting.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het tijdsverloop sinds het plegen ervan, en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld. Gezien de omstandigheden werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar opgelegd. De straf werd verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en integriteit bij advocaten in het beheer van derden gelden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van primair witwassen en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden voor feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen.