ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8774
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schorst vervolging wegens onvermogen verdachte strekking vervolging te begrijpen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die wordt verdacht van het doden van een persoon op 3 augustus 2009. Verdachte lijdt aan een blijvende hersenbeschadiging, een frontaal syndroom, waardoor hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. De verdediging verzocht om schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv).
De rechtbank baseerde haar oordeel op een uitgebreide Pro Justitia rapportage en eigen waarnemingen tijdens de terechtzittingen van 13 april en 4 juni 2010. Deskundigen bevestigden dat verdachte geen simulatie pleegt en dat zijn stoornis blijvend is, waardoor hij niet adequaat kan communiceren of zijn rechtspositie kan overzien. De rechtbank concludeerde dat verdachte niet in staat is de beschuldiging, de voorlopige hechtenis, de rol van de rechtbank en zijn advocaat te begrijpen.
Hoewel de vervolging wordt geschorst, blijft de voorlopige hechtenis gehandhaafd op grond van artikel 17 lid 2 Sv Pro, mede gezien het blijvende gevaar en de ernst van de zaak. De rechtbank gelastte dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een gestructureerde psychiatrische setting. Het onderzoek wordt geschorst tot 15 september 2010 voor herbeoordeling van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: De vervolging wordt geschorst wegens onvermogen verdachte de strekking van de vervolging te begrijpen, terwijl de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft.