ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8570
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming bemiddelingsovereenkomst en aansprakelijkheid voor schipper
De zaak betreft een civiel geschil tussen de eigenaar van een zeiljacht en een maritieme dienstverlener die een schipper bemiddelde voor een overtocht van Phuket naar Palma de Mallorca. De eigenaar vordert betaling van schadevergoeding wegens het voortijdig afbreken van de reis door de schipper, die volgens hem onbetrouwbaar en onkundig was. De dienstverlener werd verweten onvoldoende screening van de schipper te hebben verricht, met name het niet adequaat controleren van referenties en kwalificaties.
De rechtbank onderzocht het toepasselijke recht en oordeelde dat ondanks internationale aspecten Nederlands recht van toepassing is op zowel de overeenkomst tussen eigenaar en schipper als die tussen eigenaar en dienstverlener. De rechtbank stelde vast dat de bemiddelingsovereenkomst mondeling was en dat de dienstverlener zich had verbonden een competente kandidaat aan te dragen. De screening diende onder meer het controleren van cv, kwalificaties en referenties te omvatten.
De dienstverlener betwistte de stellingen van de eigenaar en overlegde bevestigingen van certificaten en referenties. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was gesteld dat de kwalificaties ontbraken, maar dat de screening van referenties deels onvoldoende was aangetoond. De eigenaar kreeg de opdracht bewijs te leveren dat bepaalde referenten niet waren benaderd. De beslissing werd aangehouden voor nadere bewijslevering, waarbij ook de vordering wegens misleidende reclame werd betrokken.
De rechtbank verwees de zaak naar een latere rolzitting om de bewijslevering te regelen en verdere beslissing te nemen. De procedure toont de complexiteit van aansprakelijkheid bij bemiddeling en de zorgplicht van dienstverleners bij het selecteren van kandidaten.
Uitkomst: Beslissing aangehouden voor bewijslevering over screening van referenties en nakoming bemiddelingsovereenkomst.