ECLI:NL:RBAMS:2010:BM8357
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Beschikking herbegroting advocatendeclaraties wegens gering belang en ondoelmatigheid
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot herbegroting van door de Raad van Toezicht begrote advocatendeclaraties over de periode juni 2006 tot juni 2008. Verzoeker stelde bezwaren tegen de begroting van de RvT en vorderde een hogere vergoeding voor zijn werkzaamheden voor verweerders.
De rechtbank oordeelde dat de RvT deskundig is in het begroten van declaraties en dat slechts bij duidelijke omissies of onjuistheden een nadere vaststelling kan plaatsvinden. Uit de stukken bleek dat verzoeker de doelmatigheid van zijn werkzaamheden onvoldoende in acht had genomen, onder meer door het in rekening brengen van onnodige correspondentie en het toepassen van een hoog uurtarief voor werkzaamheden die onder de kantooropslag vallen.
Verder werd vastgesteld dat in sommige dossiers onduidelijkheid bestond over de opdrachtverlening door verweerders, waardoor voor die dossiers geen executoriale titel kon worden afgegeven. Voor het dossier met een proces-verbaal van aangifte van geweld met letsel werd de declaratie op nihil gesteld vanwege het geringe belang en het ontbreken van een relatie tussen werkzaamheden en nut.
De rechtbank wees het verzoek tot herbegroting af en stelde de declaratie op nihil, waarbij verzoeker niet ontvankelijk werd verklaard voor dossiers zonder einddeclaratie. De reeds betaalde bedragen blijven buiten deze procedure en kunnen in een executiegeschil worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank stelt de declaratie op nihil en wijst het verzoek tot herbegroting af vanwege gering belang en ontbreken van relatie tussen werkzaamheden en nut.