ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6519
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- A.W.H. Vink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens strijd met gemeenschapsrecht van ongewenstverklaring Tsjechische vreemdeling
Verdachte, een Tsjechische onderdaan, werd vervolgd wegens verblijf in Nederland terwijl hij op grond van een beschikking tot ongewenstverklaring was verklaard. Deze beschikking dateert van vóór de toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie, waardoor het gemeenschapsrecht destijds niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het feit van verblijf bewezen is, de strafbepaling van artikel 197 Sr Pro niet van toepassing kan zijn omdat de ongewenstverklaring niet is getoetst aan de vereisten van het gemeenschapsrecht die na toetreding van Tsjechië gelden. Dit leidt tot een onrechtmatige inbreuk op het fundamentele recht van vrije toegang en verblijf binnen de EU.
Daarnaast werd verdachte vrijgesproken van de diefstal van zes verpakkingen vlees wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank concludeert dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, maar dat het feit van ongewenst verblijf niet strafbaar is vanwege strijd met het gemeenschapsrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het feit van verblijf als ongewenst vreemdeling wegens strijd met het gemeenschapsrecht.