ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6485
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering voor tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf Polen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 maart 2010 de vordering tot overlevering van een Poolse veroordeelde, geboren in 1979, zonder vaste verblijfplaats in Nederland, aan de Poolse autoriteiten. Het verzoek betrof de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar en 6 maanden, die door een Poolse rechtbank was omgezet in een onvoorwaardelijke straf.
De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd omdat de veroordeelde niet aanwezig was bij de omzettingsbeslissing van 1 september 2008 en geen verzetgarantie was verstrekt. Tevens ontbrak uitleg over de reden van omzetting. De rechtbank oordeelde dat artikel 12 van Pro de Overleveringswet niet van toepassing is op de omzettingsbeslissing, omdat deze niet als verstekvonnis kan worden aangemerkt en de veroordeelde reeds zijn verdedigingsrechten had kunnen uitoefenen bij het oorspronkelijke vonnis van 26 april 2007.
De rechtbank stelde vast dat het feit waarvoor overlevering werd gevraagd, diefstal met braak, zowel in Polen als Nederland strafbaar is met een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en het voldoen aan de wettelijke eisen, werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de veroordeelde aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf.