ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6321
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- W.H. van Benthem
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens deelname aan criminele organisatie en drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2010 de vordering van de officier van justitie tot overlevering van een Nigeriaanse verdachte aan Oostenrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 16 maart 2010. Het EAB betreft strafbare feiten van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, gepleegd in Oostenrijk.
De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, was gedetineerd in Amsterdam. De rechtbank oordeelde dat de feiten voldoende concreet en genoegzaam waren omschreven in het EAB en dat het verzoek tot overlevering niet verder hoefde te worden beperkt. De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd omdat de feiten ook in Nederland waren gepleegd en het bewijs daar aanwezig was.
De rechtbank stelde echter vast dat het EAB betrekking had op strafbare feiten die geheel of gedeeltelijk in Nederland waren gepleegd, wat normaal gesproken een weigeringsgrond vormt, maar dat op verzoek van de officier van justitie daarvan kon worden afgezien. De rechtbank vond dat de officier van justitie redelijk tot haar vordering had kunnen komen en dat overlevering aan Oostenrijk de voorkeur verdiende. De overlevering werd daarom toegestaan, met de voorwaarde dat in beslag genomen voorwerpen, behalve sleutels, na gebruik worden teruggezonden.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Oostenrijk toe voor het strafrechtelijk onderzoek.