ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6294
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- W.H. van Benthem
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europese aanhoudingsbevelen voor drugshandel en witwassen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2010 de vorderingen van de officier van justitie tot overlevering van een opgeëiste persoon aan de Britse autoriteiten op basis van twee Europese aanhoudingsbevelen (EAB I en II). Deze bevelen betreffen strafrechtelijke onderzoeken in Groot-Brittannië naar deelname aan een criminele organisatie, illegale handel in verdovende middelen en witwassen.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn van artikel 22 OLW Pro in deze bijzondere situatie pas startte op het moment dat de opgeëiste persoon op grond van de Overleveringswet werd gedetineerd. De rechtbank wees het onschuldverweer af, omdat de opgeëiste persoon niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet de persoon was die in de EAB’s werd genoemd. Ook werd geoordeeld dat de overlevering niet geweigerd kon worden op grond van het feit dat de strafbare feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, omdat de officier van justitie terecht had verzocht af te zien van deze weigeringsgrond.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor zover in EAB II dezelfde feiten als in EAB I waren opgenomen, omdat dubbele vorderingen niet zijn toegestaan. Uiteindelijk werd de overlevering toegestaan voor de overige feiten in beide EAB’s. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Groot-Brittannië toe voor de strafbare feiten vermeld in de Europese aanhoudingsbevelen.