ECLI:NL:RBAMS:2010:BM3446
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering onderhuurder wegens belangenafweging eigen gebruik
De hoofdhuurder huurt een woning van een woonstichting en verhuurt deze mondeling onder aan de onderhuurder zonder schriftelijke toestemming. Na opzegging van de hoofdhuurovereenkomst en een brief aan de onderhuurder om de woning te ontruimen, vordert de hoofdhuurder ontruiming en betaling van huurachterstand.
De onderhuurder betwist de huurachterstand grotendeels en stelt dat een opzegtermijn van drie maanden is afgesproken. De kantonrechter beoordeelt in kort geding of de vordering kans van slagen heeft in een bodemprocedure. De belangenafweging van artikel 7:274 lid 1 sub c BW Pro valt voorlopig in het nadeel van de hoofdhuurder uit, mede omdat deze de hoofdhuurovereenkomst eerder opzegt dan de termijn die aan de onderhuurder is geboden.
De vordering tot ontruiming wordt afgewezen. De huurachterstand wordt niet voldoende onderbouwd, behalve dat één maand niet is betaald. De kantonrechter veroordeelt de onderhuurder tot betaling van deze maand huur met rente vanaf 1 februari 2010. Proceskosten worden gecompenseerd en de veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen, maar de onderhuurder wordt veroordeeld tot betaling van één maand huur met rente.