ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2221
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij vergoeding rechtsbijstand; verrekening proceskosten toegestaan
Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand waarin een vergoeding voor verleende rechtsbijstand werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat eiser 1, de rechtzoekende, geen belanghebbende is bij het besluit over de vergoeding aan de rechtsbijstandverlener en verklaarde diens beroep niet-ontvankelijk.
Eiser 2, de rechtsbijstandverlener, voerde aan dat de verrekening van de proceskostenvergoeding die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) was toegekend, onterecht was. De rechtbank stelde vast dat eiser 2 geen afschrift van de toevoeging had verstrekt aan het bestuursorgaan, waardoor de vergoeding aan hem toekomt en niet aan eiser 1. De betaling van de proceskostenvergoeding op een derdenrekening van de advocaat was niet relevant voor de vraag of verrekening mocht plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde dat de verrekening van de proceskostenvergoeding met de vergoeding voor rechtsbijstand rechtmatig was en verklaarde het beroep van eiser 2 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt de toepassing van wettelijke bepalingen omtrent vergoeding van rechtsbijstand en proceskosten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Beroep eiser 1 niet-ontvankelijk verklaard en beroep eiser 2 ongegrond; verrekening proceskostenvergoeding toegestaan.