ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2208
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering Wwik-uitkering wegens te hoog inkomen afgewezen
Eiser ontving in 2008 gedurende zeven maanden een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik). Verweerder stelde in 2009 definitief vast dat de uitkering ten onrechte was verleend vanwege het te hoge inkomen van eiser en vorderde de betaalde uitkering terug.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de berekening onjuist was omdat volgens hem het inkomen over een periode van twaalf maanden moest worden beoordeeld, conform een handleiding. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordeling volgens artikel 16, tweede lid, aanhef en onder b van de Wwik moet plaatsvinden over de periode waarin de uitkering werd verleend, in dit geval zeven maanden.
De rechtbank verwierp het beroep als ongegrond omdat de beroepsgrond berustte op een onjuiste veronderstelling. Wel oordeelde de rechtbank dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 41,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de Wwik-uitkering wordt ongegrond verklaard.