ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2190
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering garagevergunning en verkeersveiligheid
Eiser heeft sinds 1999 een parkeerplaats bij zijn woonboot en heeft meerdere malen een garagevergunning aangevraagd, die telkens werd geweigerd. Na een bezwaarprocedure waarbij advies werd ingewonnen bij de Centrale Verkeerscommissie (CVC), werd het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gemotiveerd met het CVC-advies. De rechtbank stelt vast dat het advies van de CVC onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en dat niet is onderzocht of het stellen van voorschriften de verkeersveiligheid kan waarborgen.
De rechtbank overweegt dat de bestaande uitrijdconstructie feitelijk wordt gebruikt door eiser en dat dit niet ter discussie staat, ook al is deze gerealiseerd in het kader van een invalidenparkeerplaats van de buurman. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit daarom niet voldoende draagkrachtige motivering bevat zoals vereist volgens artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom wordt verweerder opgedragen binnen zes weken het besluit van een nadere motivering te voorzien, waarbij specifiek moet worden ingegaan op de vraag of voorschriften de verkeersveiligheid kunnen waarborgen en in hoeverre de bestaande uitrijdconstructie voldoende is. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze nadere motivering is gegeven. Het hoger beroep kan alleen samen met het beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de garagevergunning wordt aangehouden totdat verweerder het besluit van een nadere motivering heeft voorzien.