ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1415
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huisverbod wegens ernstig gevaar voor kinderen
De vrouw en man wonen samen met hun drie minderjarige zoons op een adres in Amsterdam. Na meerdere incidenten van huiselijk geweld, waaronder een recent geweldsincident op 12 maart 2010 waarbij de vrouw de man en kinderen zou hebben mishandeld, legde de burgemeester aan de vrouw een tijdelijk huisverbod op van 13 tot 23 maart 2010. De vrouw stelde dat zij niet de dader was en dat de hulpverlening reeds was ingezet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van de vrouw een ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van de man en de kinderen. Dit oordeel was gebaseerd op verklaringen van de man en kinderen, politieprocessen-verbaal, en het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG). Hoewel de vrouw stelde dat het RiHG onjuist was ingevuld, vond de rechter dat dit instrument slechts een hulpmiddel is en dat de feiten en omstandigheden voldoende waren voor het opleggen van het huisverbod.
De belangenafweging gaf prioriteit aan de veiligheid van de kinderen boven het belang van de vrouw om in de woning te verblijven. Het beroep van de vrouw tegen het huisverbod werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechter zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opheffing van het huisverbod wordt afgewezen wegens ernstig gevaar voor de veiligheid van de kinderen.