ECLI:NL:RBAMS:2010:BM0968
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P. Kijlstra
- Y.A.A.G. de Vries
- A.P. Klap
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering zelfstandigen na erfenis
Eisers ontvingen als zelfstandigen een bijstandsuitkering voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en een lening voor bedrijfskapitaal. Na het overlijden van de moeder ontvingen zij een erfenis, waardoor de gemeente de bijstand beëindigde omdat zij zelf in hun kosten konden voorzien. Eisers betwistten dit en voerden aan dat het vermogen niet in de weg stond aan bijstand en dat de lening met de erfenis was afgelost.
De rechtbank oordeelde dat de vrijlating van bescheiden vermogen niet geldt voor zelfstandigen en dat het vermogen niet noodzakelijk was voor het bedrijf. De beëindiging van de uitkering was daarom terecht. De terugvordering van de bijstand was echter gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag; de juiste grondslag is artikel 47 in Pro samenhang met artikel 44 van Pro het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz).
Hoewel het besluit tot terugvordering werd vernietigd vanwege de verkeerde grondslag, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de terugvordering op een andere wettelijke basis wel gegrond was. Het beroep tegen de beëindiging van de bijstand en de afwijzing van een nieuwe aanvraag werd ongegrond verklaard. Eisers kregen vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen, maar geen schadevergoeding.
Uitkomst: De bijstandsuitkering werd terecht beëindigd, de terugvordering vernietigd wegens onjuiste grondslag maar de rechtsgevolgen bleven in stand, en de nieuwe aanvraag werd afgewezen.