ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9932
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in UWV-uitkeringsprocedures
Eiser heeft meerdere procedures gevoerd tegen besluiten van het UWV over de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering en de (fictieve) weigering tot herziening van zijn WAO-uitkering. De rechtbank stelde vast dat beide procedures aanzienlijk langer dan de redelijke termijn van twee jaar hebben geduurd, respectievelijk zes jaar en twee maanden en zes jaar en vijf maanden.
De rechtbank overwoog dat de procedures parallel liepen aan een eerdere procedure over de intrekking van de WAO-uitkering, waarvoor reeds een schadevergoeding was toegekend. Voor de periode waarin deze procedures parallel liepen, volstond de rechtbank met de constatering van overschrijding. Voor de periode na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 6 maart 2009 tot de datum van de uitspraak van de rechtbank werd een aanvullende schadevergoeding van €1.000,- toegekend.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister van Justitie tot betaling van de proceskosten van €161,-. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige afhandeling van bestuursrechtelijke procedures en bevestigt de toepassing van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens op redelijke termijn.
Uitkomst: De minister van Justitie is veroordeeld tot betaling van €1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.