ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9125
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- A.W.H. Vink
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens inzet criminele burgerinfiltrant zonder wettelijke waarborgen
In deze strafzaak stond de inzet van een criminele burgerinfiltrant centraal die door het Duitse Zoll Kriminal Amt (ZKA) werd ingezet op Nederlands grondgebied. De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij voorbereidingen voor de invoer van cocaïne via Hamburg. Uit onderzoek bleek dat de informant, die tevens strafbare voorbereidingshandelingen verrichtte, met medeweten van het openbaar ministerie handelde, maar zonder dat aan de Nederlandse wettelijke waarborgen was voldaan.
De rechtbank stelde vast dat het openbaar ministerie vanaf maart 2009 op de hoogte was van de inzet van deze criminele burgerinfiltrant, maar nagelaten had deze informatie in het dossier op te nemen en de wettelijke vereisten te waarborgen. Hierdoor werd cruciale, mogelijk ontlastende informatie aan de verdediging onthouden, wat een ernstige schending van de procesorde betekende.
De verdediging voerde aan dat de informant zelfstandig handelde en geen toestemming had om strafbare feiten te plegen, maar de rechtbank oordeelde dat de Duitse justitiële autoriteiten sturing gaven aan de handelingen van de infiltrant. Gezien de hoge risico’s en de strikte wettelijke eisen voor het gebruik van burgerinfiltranten in Nederland, concludeerde de rechtbank dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vervolging.
De rechtbank hief tevens het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op en wees het verzoek tot aanhouding af, omdat er geen belang meer bij bestond. Deze uitspraak benadrukt het belang van naleving van wettelijke waarborgen bij het inzetten van burgerinfiltranten en het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van wettelijke waarborgen bij inzet van een criminele burgerinfiltrant.