ECLI:NL:RBAMS:2010:BL8526
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- A.W.H. Vink
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending procesorde door inzet criminele burgerinfiltrant zonder wettelijke waarborgen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne via Hamburg. Verdachte werkte sinds januari 2008 als informant voor het Duitse Zoll Kriminal Amt (ZKA) en verstrekte informatie over criminele activiteiten. Het openbaar ministerie was vanaf 30 maart 2009 op de hoogte van deze samenwerking, maar liet toe dat verdachte strafbare voorbereidingshandelingen verrichtte zonder dat de Nederlandse wettelijke waarborgen voor inzet van burgerinfiltranten werden nageleefd.
De verdediging voerde aan dat het onthouden van cruciale ontlastende informatie door het openbaar ministerie leidde tot grove veronachtzaming van de belangen van verdachte en schending van diens recht op een eerlijk proces. Het openbaar ministerie stelde zich ontvankelijk op en beriep zich op het beleid om informantenstatus geheim te houden.
De rechtbank stelde vast dat het openbaar ministerie niet tijdig en adequaat melding maakte van de inzet van verdachte als criminele burgerinfiltrant en cruciale informatie aan het dossier onthield. Dit leidde tot een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en hief het het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de procesorde door inzet van een criminele burgerinfiltrant zonder naleving van wettelijke waarborgen.