ECLI:NL:RBAMS:2010:BL6816
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen invordering lesgeld wegens onbillijkheid van overwegende aard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Informatie Beheer Groep (IBG) tot invordering van lesgeld voor het schooljaar 2008-2009. Verzoeker voldeed niet aan de beleidsregel voor buiteninvorderingstelling omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens de Vreemdelingenwet. De IBG had het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en dreigde met beslaglegging op zijn roerende zaken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beleidsregel slechts een deel van de bevoegdheid van artikel 9b van de Les- en cursusgeldwet (LCW) omvat. Omdat verzoeker niet tot de doelgroep van de beleidsregel behoort, moet afzonderlijk worden beoordeeld of toepassing van de hardheidsclausule buiten de beleidsregel om mogelijk is. Gezien het ontbreken van inkomsten en vermogen bij verzoeker, kan toepassing van de LCW leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Daarom weegt het belang van verzoeker om executoriale maatregelen te voorkomen zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering. De rechtbank schorst het bestreden besluit, beveelt vergoeding van griffierecht en proceskosten, en sluit rechtsmiddelen uit tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot invordering van lesgeld wordt geschorst.