ECLI:NL:RBAMS:2010:BL5505
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- M. van Hees
- G.H. Marcus
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na comparitie
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een civiele rechter, stellende dat deze tijdens een comparitie van partijen een definitief oordeel gaf, wat volgens haar niet de bedoeling was en leidde tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De rechtbank stelt vast dat de wrakingsgrond al tijdens de comparitie van 16 oktober 2009 duidelijk was en dat het verzoek tot wraking pas op 30 november 2009 is ingediend, wat niet voldoet aan de eis van tijdige indiening volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro. Hierdoor is het verzoek te laat en niet-ontvankelijk.
De rechter heeft verklaard dat hij openstaat voor heroverweging van voorlopige oordelen en ontkent partijdigheid. De rechtbank oordeelt dat het verzoekster had gelegen het wrakingsverzoek kort na de comparitie of na de brief van 12 november 2009 in te dienen.
De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.