ECLI:NL:RBAMS:2010:BL5259
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- J.W. Vriethoff
- W.H. van Benthem
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Duitse verdachte ondanks gedeeltelijke feiten in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Duitse verdachte aan de Duitse justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van 114 strafbare feiten, waaronder oplichting, deels gepleegd in Nederland en Duitsland.
De verdachte voerde aan dat hij recht heeft op een terugkeergarantie omdat hij sinds 2005 in Nederland verblijft en is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, waardoor hij gelijkgesteld zou moeten worden aan een Nederlander. De rechtbank oordeelde dat hij niet voldoet aan het vereiste van een ononderbroken, rechtmatig verblijf van vijf jaar, waardoor de Duitse autoriteiten geen terugkeergarantie hoeven te verstrekken.
Verder werd overwogen dat hoewel de feiten deels in Nederland zijn gepleegd, de officier van justitie op grond van goede rechtsbedeling heeft gevorderd af te zien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro. De rechtbank vond dit redelijk omdat het Nederlandse OM het vervolgingsmonopolie heeft en er voldoende aanknopingspunten zijn met Duitsland, waar veel mogelijke slachtoffers verblijven.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Duitse verdachte aan de Duitse justitiële autoriteiten toe.