ECLI:NL:RBAMS:2010:BL4971
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij cocaïnehandel
Op 9 en 13 mei 2009 vonden invallen plaats in Amsterdam Zuidoost in een onderzoek naar Afrikaanse cocaïnesmokkelaars. Verdachte werd aangehouden in een woning waarvan zij het huurcontract had afgesloten, waar grote hoeveelheden cocaïne en geld werden aangetroffen.
De tenlastelegging betrof het bezit en de handel in aanzienlijke hoeveelheden cocaïne, het lidmaatschap van een criminele organisatie en het witwassen van geld. Verdachte maakte gebruik van haar zwijgrecht en ontkende betrokkenheid. De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig verkregen was en dat verdachte geen wetenschap had van de drugs en geld.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte enige beschikkingsmacht had over de drugs of geld, noch dat zij op de hoogte was van de aanwezigheid daarvan. Het enkele feit dat het huurcontract op haar naam stond en zij in de woning was aangehouden, was onvoldoende. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot verbeurdverklaring van € 10.000,- werd eveneens afgewezen omdat verbeurdverklaring alleen bij veroordeling kan worden uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij cocaïnehandel en verbeurdverklaring wordt afgewezen.