ECLI:NL:RBAMS:2010:BL3168
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken causaal verband bij overlijden arrestant na politiecelincident
Op 12 juni 2003 vond een ernstig incident plaats in een politiecel te Amsterdam waarbij arrestant [slachtoffer] betrokken was. Na een worsteling met zes politieambtenaren, waaronder verdachte, overleed [slachtoffer] op 16 juni 2003. Na een langdurig onderzoek en diverse deskundigenrapporten over de doodsoorzaak werd de vervolging ingesteld wegens verdenking van doodslag of dood door schuld.
De rechtbank heeft twee medische theorieën beoordeeld: een hartritmestoornis door positionele asfyxie (dooddrukken) en een hartritmestoornis veroorzaakt door een opwindingsdelier (excited delirium syndrome). Beide deskundigen kwamen tot verschillende conclusies, waarbij onvoldoende objectief bewijs was om één theorie definitief aan te nemen.
De verklaringen van verdachten ontkenden directe druk op de borstkas, hetgeen de theorie van positionele asfyxie minder aannemelijk maakt. Het dossier bevatte geen aanwijzingen voor ernstig belemmerde ademhaling tijdens de worsteling. De rechtbank kon daardoor geen causaal verband vaststellen tussen het handelen van verdachten en het overlijden van [slachtoffer].
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldig strafrechtelijk onderzoek bij dergelijke ernstige incidenten en betreurde de lange duur van de procedure die onzekerheid veroorzaakte voor alle betrokkenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van causaal verband tussen politieoptreden en overlijden arrestant.