ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1664
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onvoorwaardelijk sepot wegens gebrek aan bewijs
Verzoeker werd aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een schietpartij en verbleef 70 dagen in voorlopige hechtenis. De zaak werd onvoorwaardelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, waarna verzoeker een schadevergoeding vroeg voor de geleden detentie en gemaakte proceskosten.
De officier van justitie stelde dat er sterke gronden van verdenking bleven bestaan en dat dit een afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding rechtvaardigde. De raadsman betoogde dat bij een sepot de gronden van verdenking niet mogen worden meegewogen en dat verzoeker recht heeft op vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de onschuldpresumptie niet verbiedt om de gronden van verdenking mee te wegen bij een sepot, anders dan bij een onherroepelijke vrijspraak. Gezien het ontbreken van nieuwe verdenkingsgronden en het feit dat verzoeker zich op zijn zwijgrecht had beroepen, waren er toch gronden van billijkheid om een schadevergoeding toe te kennen.
De vergoeding werd vastgesteld op €4.950 voor 2 dagen in verzekering en 68 dagen in detentie, plus €540 voor proceskosten. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 27 januari 2010 door de meervoudige kamer voor Europees strafrecht en mensenrechten van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verzoeker wordt een schadevergoeding van €4.950 toegekend voor de detentie en €540 voor proceskosten na onvoorwaardelijk sepot.