ECLI:NL:RBAMS:2010:BL0963
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vennoot voor belastingschulden vennootschap onder firma
Eiser was vennoot in een vennootschap onder firma (v.o.f.) die belastingschulden had uit 2004 en 2005. Na ontvangst van de aanslagen en daaropvolgende uitspraken op bezwaar, die de belastingschulden bevestigden, werd eiser aansprakelijk gesteld voor deze schulden.
Eiser betwistte de ontvangst van de uitspraken op bezwaar en stelde dat de invordering was verjaard vanwege stilstand van de invordering. De rechtbank achtte aannemelijk dat de uitspraken op bezwaar en mededelingen over vervallen betalingsuitstel de v.o.f. hadden bereikt. De verjaringstermijn van vijf jaar was nog niet verstreken, ook niet door uitstel van betaling.
Eiser voerde een beroep op disculpatie ex artikel 33 lid 4 Invorderingswet Pro, maar slaagde hier niet in omdat hij onvoldoende had aangetoond dat het niet aan hem te wijten was dat de belastingschulden niet waren voldaan. De rechtbank oordeelde dat eiser als vennoot verantwoordelijk was voor het afwikkelen van de v.o.f. en rekening had moeten houden met de latente belastingschulden.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkstelling van eiser voor de belastingschulden.