ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9120
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens niet voldoen aan vijfjaarverblijfsvereiste in Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon, een Duitse onderdaan, verblijft minder dan vijf jaar in Nederland en voldoet daardoor niet aan de materiële voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst in afwachting van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie (HvJ) in de zaak Wolzenburg, waarin het HvJ oordeelde dat het materiële vereiste van vijf jaar rechtmatig verblijf verenigbaar is met EU-recht. De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat ondanks het kortere verblijf zij voldoende geïntegreerd is en beroep kan doen op artikel 12 EG Pro-verdrag, maar de rechtbank verwierp dit.
De rechtbank concludeerde dat de opgeëiste persoon niet voldoet aan het vijfjaarverblijfsvereiste en ook niet aan de voorwaarde dat zij haar verblijfsrecht niet verliest na een strafrechtelijke veroordeling. Gezien deze omstandigheden is geen grond voor weigering van overlevering aanwezig en wordt de overlevering toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe wegens niet voldoen aan het vijfjaarverblijfsvereiste.