ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9107
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Litouwse verdachte ondanks kort verblijf in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Litouwse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de justitiële autoriteiten in Litouwen. De verdachte verbleef minder dan vijf jaar in Nederland en voldeed daarmee niet aan de materiële voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zoals vereist in artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW).
De verdediging voerde aan dat de verdachte voldoende geïntegreerd was in Nederland en dat op grond van het arrest Wolzenburg een individuele beoordeling van integratie en geworteldheid vereist is. De rechtbank oordeelde echter dat het arrest Wolzenburg niet voorziet in een afwijking van de vijfjaarseis en dat de materiële voorwaarde van minimaal vijf jaar rechtmatig verblijf in Nederland in overeenstemming is met het EU-recht.
De rechtbank wees het verweer af dat de overlevering zou leiden tot schending van fundamentele rechten en concludeerde dat de overlevering aan Litouwen kan plaatsvinden, mede omdat Litouwen lid is van de EU en partij bij het EVRM. Daarnaast werd overwogen dat de strafbare feiten voornamelijk in Litouwen zijn gepleegd en dat de overlevering in het belang van de goede rechtsbedeling is. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees het verzoek tot aanhouding van de procedure af.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Litouwen toe ondanks het kortere verblijf in Nederland.