Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een persoon met een lichamelijke handicap die in Nederland verblijft zonder geldige verblijfsvergunning, vroeg om een woonruimteaanpassing en verhuiskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoet aan de vereiste van rechtmatig verblijf zoals bepaald in artikel 8 van Pro de Wmo.
Eiser voerde aan dat deze weigering in strijd is met artikel 8 en Pro 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en met artikel 1 van Pro het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De rechtbank oordeelde dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op voorzieningen koppelt aan een rechtmatig verblijf, niet onrechtmatig is en dat de belangenafweging (‘fair balance’) tussen publiek en particulier belang niet is geschonden.
De rechtbank stelde vast dat het VN Gehandicaptenverdrag nog niet door Nederland is geratificeerd en dat de daarin opgenomen doelstellingen geen direct afdwingbare rechten opleveren. Ook het non-discriminatiebeginsel uit artikel 14 EVRM Pro werd niet geschonden, omdat de koppelingswetgeving een aanvaardbaar onderscheid naar nationaliteit maakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit van de gemeente Amsterdam. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiser geen aanspraak kan maken op Wmo-voorzieningen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.