ECLI:NL:RBAMS:2009:BO8055

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13/477015-07,13/529027-07,13/529010-09, 13/529088-07, 13/529176-06, 13/529144-06, 13/529035-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeslissing over gebruik 3D-animatie en equality of arms in strafzaak

In deze tussenbeslissing van 2 juli 2009 behandelt de rechtbank Amsterdam het gebruik van een 3D-animatie die door het Openbaar Ministerie is ingezet om objectieve gegevens uit het dossier, zoals het sectieverslag en het sporenbeeld, inzichtelijk te maken. De rechtbank wijst erop dat de animatie zelf geen zelfstandige bewijskracht heeft en dat het beter was geweest deze pas bij het requisitoir te tonen. Desondanks heeft de rechtbank de animatie inmiddels twee keer bekeken met instemming van de raadslieden.

De rechtbank erkent dat de verdediging de mogelijkheid moet krijgen om eigen scenario’s in te dienen die aansluiten bij de objectieve gegevens, welke door de technische recherche worden beoordeeld op haalbaarheid voor visualisatie in de animatie. Dit draagt bij aan de waarheidsvinding en waarborgt de proceseconomie. Het verzoek om verdachte de volledige animatie op zijn cel te verstrekken wordt afgewezen.

Verder wordt het verzoek om een extra deskundige te horen afgewezen omdat de reeds betrokken deskundige voldoende vragen kan beantwoorden. Vanwege een vol zittingsrooster wordt het onderzoek tegen de verdachten geschorst voor maximaal 90 dagen, met een planning voor vervolgbehandelingen in augustus en september 2009.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat de verdediging scenario’s indient voor de 3D-animatie, wijst verzoeken om volledige animatie op cel en extra deskundige af, en schorst het onderzoek maximaal 90 dagen.

Uitspraak

Tussenbeslissing 2 juli 2009 (3D-animatie)
De rechtbank overweegt als volgt.
Vooropgesteld dient te worden dat de rechtbank aan de 3D-animatie als zodanig geen zelfstandige bewijskracht toekent. De rechtbank ziet de animatie, daar waar deze ziet op de presentatie van de objectief vaststaande gegevens – het sectieverslag en het sporenbeeld op de PD – als een instrument van het OM teneinde de stukken uit het dossier op een heldere en inzichtelijke wijze te presenteren. De vertoning daarvan past binnen het kader van de feitenbehandeling.
Daar waar de verklaringen van [naam 1] worden gevisualiseerd, ware het echter beter geweest de animatie in een later stadium van het geding, bij requisitoir, aan de rechtbank te tonen. Het is daarom dat de rechtbank slechts met instemming van de raadslieden thans voor de tweede maal de animatie heeft willen bekijken.
Hoewel de animatie dus geen zelfstandige bewijskracht heeft en op onderdelen beter past binnen het kader van een requisitoir, heeft de rechtbank nu eenmaal wel, inmiddels tot twee maal toe, kennis genomen van de gehele 3D-animatie.
Onder deze omstandigheden, en gelet op de omstandigheid dat de verdediging door het OM in het verleden meermalen is voorgehouden dat zij ook verzoeken zal kunnen indienen ter invoering van “subjectieve scenario’s” in de 3D-animatie, zal de rechtbank thans aan de diverse raadslieden de kans daartoe niet willen ontzeggen.
De rechtbank heeft in het kader van de tweede vertoning van de animatie geconstateerd dat er diverse mogelijkheden bestaan om hierbinnen te schuiven met variabelen en de omgeving vanuit verschillende gezichtspunten waar te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is het programma, voorzover thans valt te overzien, aldus toereikend om aan gerechtvaardigde wensen van de verdediging tegemoet te komen. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat het OM heeft toegezegd, aan de verdediging “platte kopieën” van de animatie ter beschikking te stellen.
Met betrekking tot het beroep op het beginsel van equality of arms overweegt de rechtbank dat dit beginsel wel met zich meebrengt dat de verdediging op gelijke wijze als het OM aan de rechtbank scenario’s moet kunnen presenteren, maar niet dat de verdediging zulks met behulp van een meer geavanceerd technisch hulpmiddel moet kunnen doen dan door het OM in de procedure is ingebracht.
Gelet op dit alles beslist de rechtbank als volgt:
- De raadslieden kunnen, desgewenst, een zo concreet mogelijk scenario indienen bij de officier van justitie, welk scenario in voldoende mate dient aan te sluiten bij de objectieve gegevens uit het dossier (het sectieverslag en het aangetroffen sporenbeeld). De technische recherche dient in eerste instantie te beoordelen of van een voldoende mate van aansluiting sprake is. Indien dit het geval is, dient het aangedragen scenario te worden gevisualiseerd binnen de 3D-animatie. Indien dit niet het geval is of indien visualisatie van het aangedragen scenario om enige andere reden niet mogelijk is, dient hierover beargumenteerd aan de rechtbank te worden gerapporteerd. Aldus wordt naar het oordeel van de rechtbank aan de waarheidvinding een verdieping gegeven, terwijl tegelijkertijd het belang van een goede proceseconomie wordt bewaakt.
- Het verzoek om aan verdachte [naam 2] op zijn cel de gehele 3D-animatie ter beschikking te geven, wordt afgewezen.
- Het verzoek de heer [naam 3] als deskundige te horen wordt afgewezen, nu door de verdediging geen vragen zijn geformuleerd welke niet door de heer [naam 4] afdoende zijn of zullen kunnen worden beantwoord.
De rechtbank bepaalt dat het onderzoek tegen de verdachten [naam 5], [naam 6], [naam 2] en [naam 1] wordt geschorst voor onbepaalde tijd met een maximum van 90 dagen wegens de klemmende reden dat het zittingsrooster van de rechtbank thans zodanig is bezet, dat het stellen van de termijn van de schorsing op niet meer dan één maand niet mogelijk is. De rechtbank merkt hierbij op dat volgens planning op 17 augustus 2009 een aanvang zal worden gemaakt met de behandeling van de zaak Nicht, waarin [naam 5] als verdachte figureert en [naam 1] als getuige. Het werkschema van de rechtbank voorziet in een behandeling van de zaak Opa, waarin onder andere [naam 2] als verdachte geldt, vanaf 3 september 2009.
Op 24 september 2009 (in plaats van 18 september 2009, zoals eerder aangekondigd) zal een proformabehandeling plaatsvinden van de zaken tegen [naam 6] en [naam 1].
De rechtbank stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde de reeds eerder toegewezen getuigen te (doen) horen en voorts al datgene te verrichten wat hij in het belang van het onderzoek nodig acht.