ECLI:NL:RBAMS:2009:BM8485
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot rekening en verantwoording door executeur testamentair in nalatenschapszaak
In deze civiele bodemprocedure vordert erfgenaam [A] dat executeur-testamentair [B] wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over zijn beheer van de nalatenschap van [C], alsmede tot het verstrekken van inlichtingen en inzage in relevante administratieve bescheiden. [B] voert verweer en stelt onder meer dat [A] reeds voldoende informatie via de notaris heeft ontvangen en dat een voorlopige voorziening niet passend is.
De rechtbank overweegt dat het afleggen van rekening en verantwoording een middel is om tot vaststelling van de rechtsverhouding en verdeling van de nalatenschap te komen en dat dit ook bij wijze van voorlopige voorziening kan worden toegewezen. De verplichting tot jaarlijkse verantwoording is bovendien in het testament opgenomen. De gevorderde termijn van één week wordt als onredelijk kort beschouwd, waarna de rechtbank bepaalt dat de rekening en verantwoording bij conclusie van antwoord in de hoofdzaak moet worden overgelegd.
Verder oordeelt de rechtbank dat [A] recht heeft op inlichtingen en inzage in bankafschriften en administratieve stukken, maar dat de veroordeling pas geëffectueerd kan worden nadat concrete vragen zijn gesteld. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat [B] heeft verklaard zijn verplichtingen te zullen nakomen. De kostenveroordeling wordt aangehouden tot de hoofdzaak. De vordering tot vergoeding van advocaatkosten en dwangsommen ten laste van het erfdeel van [A] wordt afgewezen.
Uitkomst: Executeur wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording en het verstrekken van inlichtingen aan erfgenaam.