ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6860
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.J. Peeters
- J.M. van der Vaart
- A.A.M. van Oosten
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van leden wrakingskamer wegens vermeende partijdigheid en corruptie niet ontvankelijk verklaard
Verzoekers dienden een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen de leden van de wrakingskamer die belast waren met de behandeling van een eerder wrakingsverzoek tegen de kantonrechter. Zij stelden dat de wrakingskamerleden partijdig en corrupt zouden zijn en dat de oproep voor de behandeling van het wrakingsverzoek opzettelijk te laat was verzonden, waardoor zij onvoldoende tijd hadden om hun verzoek te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat het niet was gebaseerd op concrete, op de betrokken rechters toegespitste argumenten, maar slechts op niet nader onderbouwde stellingen. Daarnaast was de te late oproep geen geldige grond voor wraking, zeker omdat verzoekers niet hadden gevraagd om aanhouding van de behandeling. De rechtbank wees erop dat het verzoek de voortgang van de hoofdzaak belemmert en dat het indienen van ongegronde wrakingsverzoeken misbruik van bevoegdheid vormt.
Daarom werd het verzoek niet ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers tegen leden van de rechtbank die belast zijn met de behandeling van het wrakingsverzoek niet in behandeling zullen worden genomen. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer is niet ontvankelijk verklaard en verdere verzoeken worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van bevoegdheid.