ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6851
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter Rechtbank Amsterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de Rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter onpartijdigheid zou missen vanwege diverse procedurele beslissingen en gedragingen.
Het verzoek betrof onder meer het niet vragen om instemming met een schorsing, het niet maken van een punt van ontbrekende geldige machtigingen van de wederpartij, het weigeren namen te geven van personen die verzoeker hadden gefouilleerd, en het anoniem ondertekenen van stukken door de griffier. Verzoeker vond dat deze gedragingen een vrees voor partijdigheid rechtvaardigden.
De rechtbank stelde dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De rechtbank concludeerde dat de genoemde feiten en omstandigheden niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of onpartijdigheid. Ook werd benadrukt dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige beslissingen te betwisten.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de betrokken zaken worden hervat in de stand zoals die was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 8:18 lid 5 Awb Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.